Yvo Peeters en Cyriel moeyaert hebben een nieuw boek uitgebracht. Dit werk heet "Drie eeuwen Nederlandse Letteren in Noord-Frankrijk. Dit is de cover van het boek dat door Yvo Peeters en Cyriel Moeyaert die dag werd gepresenteerd.
Het boek kan besteld worden bij het ANV-kantoor. Leden betalen hiervoor 3,20 euro, niet-leden 4 euro.
De drie volgende delen in de ANV vzw-reeks zijn zopas verschenen. Het zijn alle drie masterscripties waarvan hun auteurs hebben deelgenomen aan de ANV vzw-scriptieprijs. De jury van de scriptieprijs vond alle drie de werken het uitgeven waard. U kan deze boeken bij ons op kantoor bestellen.
Het vierde deel in de reeks is:"Een nieuw begin? Gratieverlening naar aanleiding van de Blijde Intrede van Albrecht en Isabella (1599)".
"De Blijde Intrede van de aartshertogen Albrecht en Isabella in 1599 heeft altijd al tot de verbeelding gesproken. In de door opstand en oorlog geplaagde Nederlanden deden deze nieuwe machthebbers de hoop op vrede en welvaart opnieuw opflakkeren.". Zo leidt prof. dr. E. Put, gespecialiseerd in de geschiedenis van de vroegmoderne tijd, de studie in van Inge Van Bamis.
In deze studie onderzoekt de jonge academica de remissie- en gratieverlening in het kader van de Blijde Intrede op grond van de indrukwekkende documentatie van de Geheime Raad, die zich in het Algemeen Rijksarchief (Brussel) bevindt. De Geheime Raad moest zich immers op grond van een verzoekschrift en na een strenge procedure uitspreken over de vraag tot remissie, tot kwijtschelding van straffen voor zware misdrijven, nog voor een vonnis geveld kon worden. Dit onderzoeksdomein bleef ten onrechte lange tijd onderbelicht.
Inge Van Bamis kijkt geboeid maar kritisch naar 160 remissiebrieven en vooral naar wat ze vertellen over die tijd. Ze plaatst de komst van de nieuwe machthebbers én het door hen uitgeoefende gratierecht in een context die cultuurhistorisch en geopolotiek geduid wordt. Was de Blijde Intrede van koningsdochter Isabella en haar echtgenoot na de Akte van Afstand van Filips II op 6 mei 1598 een nieuw begin voor soevereine Nederlanden? Het antwoord kwam pas na hun dood.
Deel 5 is tevens winnaar van de masterscriptieprijs 2011. Het is geschreven door Hélène Vancompernolle, germaniste aan de Universié catholique de Louvain. Het werk heeft als titel:"Normgevoeligheid: Attitude van Vlaamse jongeren ten aanzien van het standaardnederlands, de tussentaal en het dialect".
Er wordt veel gepraat en geschreven over hoe het verder zal gaan met het Nederlands in de Lage Landen en daarbuiten. Benoorden en bezuiden onze gemeenschappelijke staatsgrens zijn taalontwikkelingen gaande die wel herkenbaar, maar moeilijk te duiden zijn. In Vlaanderen schuiven de dialecten in de maatschappelijke communicatie geleidelijk op naar een eenwording op middenniveau, de zgn. tussentaal, de gemeenzame taal tussen dialect en standaardtaal. Met de focus op hoe wij als taalgebruikers willen spreken, voor welk register wij ongemerkt kiezen en welke invloed daarvan uitgaat, bestudeert Hélène Vancompernolle in feite de houding van de taalgebruikers tegenover de verschillende taalontwikkelingen. Die kan bepalend zijn voor de toekomst van onze taal en daarmee heeft de auteur een bijzondere invalshoek gekozen: het gaat daarbij om niet meer of niet minder dan de eenheid dan wel diversiteit van ons taalgebied. Aan vakkennis, brede belzenheid en het vermogen tot betrekken van andere standpunten in het eigen vertoog ontbreekt het de auteur niet. Zij buigt tot slot het gheel toe naar een goed gewogen vaststelling van de huidige stand van zaken.
Het zesde deel werd geschreven door Joris Van Ouytsel, master in de Nederlandse taal- en letterkunde. De titel van zijn boek is:"Dialectverlies of dialectrevival? Actueel taalgedrag in Vlaanderen".
Hoe verhouden Nederlandstaligen in België zich tot ‘hun’ dialect? Gaat dat dialect als sociale werkelijkheid vooruit of achteruit? Of zijn de herleving van het dialect en de achteruitgang ervan twee samenlopende sporen, die erop wijzen dat de vraag naar de taalontwikkeling in Vlaanderen anders gesteld moet worden? Joris Van Ouytsel heeft deze vragen op een vlekkeloze wijze beantwoord in zijn meesterschapsproeve, die uitmondde in dit boek. De auteur neemt ons mee op zijn zoektocht. Hij staat stil bij de recente geschiedenis van de taal in de zuidelijke Nederlanden, hij bekijkt de standpunten over de huidige ontwikkeling zoals die bij taalgeleerden te vinden zijn en toont hoe belangrijk de interactie tussen taal en maatschappij is. De positie van vrouwen en mannen, de toegenomen mobiliteit, de industrialisering, de verstedelijking, het hoger opleidingsniveau, de wereld van de media, vooral dan van radio en televisie, en de recentere communicatiemiddelen, het zijn gegevens die inwerken op de taal en omgekeerd. Op de taalas waarop het dialect, de tussentaal en het Standaardnederlands staan, is het dialect wellicht niet meer de meest heikele kwestie. Het betekent niet dat over de perceptie van het Nederlands en van het taalgebruik in het Zuiden niet meer nagedacht moet worden. Het houdt eerder verband met de opkomst van de tussentaal. Het onderzoek dat Joris Van Ouytsel bij jongeren in een Antwerpse provinciestad uitvoerde, bevestigt dat een meerderheid ervan de tussentaal als communicatievorm meer genegen is dan het dialect en dan het Standaardnederlands. Wat betekent dit voor de toekomst van het Nederlands? De vraag wordt niet ontlopen. Joris Van Ouytsel (Lier, 1989) behaalde de graad van master taal- en letterkunde Nederlands aan de Universiteit Antwerpen in 2011 met de grootste onderscheiding.
De eerste drie delen in de nieuwe reeks van ANV vzw zijn gedrukt en zijn te bestellen bij ons op kantoor. Het eerste boekje heeft als titel:"Interregionale culturele samenwerking binnen de euregio Maas-Rijn: een analyse" en werd geschreven door mevrouw Ellen Buntinx.
In dit boeiende onderzoek gaat Ellen Buntinx op zoek naar de rol van interregionale samenwerking binnen de Euregio Maas-Rijn. Ze komt daarbij tot een interessante analyse van het culturele landschap van de Euregio Maas-Rijn, waarbij de sterktes, zwaktes, moeilijkheden en opportuniteiten van het interegionale samenwerken elk apart behandeld worden. Met haar onderzoek wilt ze echter nog een stap verdergaan: ze reikt ook concrete oplossingen aan voor dit vrij jonge maar blijvende referentiekader van de euregio's. Zij daagt de lezer uit om deel te nemen aan het maatschappelijk leven zoals het zich thans ontwikkelt, in plaats van die ontwikkeling te ondergaan. Ellen Buntinx behaalde in 2007 haar masterdiploma Geschiedenis aan de Universiteit van Antwerpen. Ze studeerde af met een analyse van anticommunistische literatuur, verschenen naar aanleiding van de Spaanse Burgeroorlog. In 2008 startte ze, aan diezelfde universiteit, haar onderzoek naar de culturele samenwerking binnen de Euregio Maas-Rijn. Deze masterscriptie schreef ze in het kader van haar MNM Internationale Betrekkingen en Diplomatie.
Onze tweede uitgave in de reeks is "Inventaris culturele en wetenschappelijke instituten van Vlaanderen en Nederland in het buitenland". Dit werk werd samengesteld door de ANV-werkgroep "De Nederlanden in de Wereld" en gedrukt in de drukkerij van de Vlaamse overheid. Vlaams Minister-President Kris Peeters schreef hiervoor een gepast ten geleide.
Deze inventaris stelt buitenlandse culturele en wetenschappelijke instituten voor, die de cultuur van de Lage Landen uitdragen. Het gaat om instellingen die niet onder de bevoegdheid vallen van de Nederlandse Taalunie, en ook niet behoren tot de hiermee samenwerkende Internationale Vereniging voor Neerlandistiek (IVN) of gerekend moeten worden tot de instituten die het overige onderwijs Nederlands in het buitenland gestalte geven. Over deze instellingen is de documentatie breed toegankelijk. In deze inventaris gaat het om een netwerk van andersoortige culturele en wetenschappelijke instituten die eveneens van grote betekenis zijn bij het opzetten van ons buitenlands cultureel beleid. Tien jaar geleden gaf het Algemeen-Nederlands Verbond (ANV) een eerste inventaris van deze instituten uit. Thans wordt, na nieuwe en zorgvuldige opzoekingen, een herziene en anders gestructureerde uitgave aangeboden.
In zijn "Ten geleide" schrijft de minister-president van de Vlaamse Regering, de heer Kris Peeters, dat het bemoedigend is dat heel wat instituten zijn bekommernis voor de samenwerking tussen Vlaanderen en Nederland delen. In deze geest is dit naslagwerk ontstaan.
Dit werk is geschreven in de schoot van de ANV-werkgroep De Nederlanden in de Wereld, die daartoe de nodige steun kreeg van het Algemeen-Nederlands Verbond vzw.
Ons derde boekje werd geschreven als besluit bij de Snellaertdag, gehouden te Gent op 5 december 2009. Dit boekje, met als titel:"Dr. F.A. Snellaert (1809-1872), Wegbereider van het Algemeen Nederlands Verbond" bestaat uit bijdrages van de belangrijkste sprekers op deze bijeenkomst. Deze sprekers waren:
Met figuren als F.A. Snellaert en E. Moyson, die elkaar in het Gentse opzochten, staan we aan de wieg van de sociale, de culturele en de politieke ontvoogding in België, die onze geschiedenis blijft kleuren. Vanuit het besef dat mensen aan de bron van deze beweging niet enkel onze blijvende dank verdienen, maar ons ook inspireren, meer dan we soms weten, ontstonden de bijdragen in dit boek, tweehonderd jaar na de geboorte van dokter Snellaert.
De auteurs richten zich op de vraag hoe het toen in zijn werk ging en openen een perspectief op morgen. Mensen uit die eerste strijdende generatie wisten waaraan ze begonnen. Net als wij wisten ze niet waartoe het zou leiden. De eerste bijdrage van dr. Yvo Peeters, toont de sociaal-economische toestanden in de eerste helft van de negentiende eeuw: een arm Vlaanderen; met een door armoede gekleurde gezondheidszorg, waarover de arts ook schreef. Hoe beleefden de geboren Fransman, getogen Nederlander en volwassen Belg en zijn generatie de nieuwe omstandigheden? Door de ogen van Snellaert bekijkt Hugo Rau de periode 1830-1840. Frank Judo, historicus en jurist, en met Stijn Van de Perre redacteur van het belangwekkende boek "De prijs van de scheiding" (2007), geeft een vrij gedetailleerd overzicht van de politieke context na de scheiding van de Nederlanden in 1830. Hij belicht de rol van de orangisten en toont hoezeer Snellaert zich niet in hokjes laat vangen.
In zijn visietekst ziet Marc Cels een lijn lopen tussen de toestand ten tijde van Snellaert en diens aanbreng, de tijd voor de Eerste Wereldoorlog en de aanbreng van H. Meert, en de huidige toestand. Vandaaruit kijkt hij breed cultureel naar een betere en bredere samenwerking tussen de politiek gescheiden Nederlanden. Vanuit de Koninklijke Zuidnederlandse Maatschappij voor Taal- en Letterkunde zet hoogleraar Martine de Clerq de rol van Snellaert als wegbereider in de verf. De zogeheten taalminnaars of letterheren (Draye, 2009) waren niet enkel minnaars van de schone letteren, maar ook bemiddelaars van het Vlaamse algemeen belang, waartoe ook de wetenschapsbeoefening in de eigen taal behoort. Hoogleraar Marcel De Smedt toont aan de hand van de pas door Ada Deprez gepubliceerde briefwisseling tussen de Antwerpenaar J.A. De Laet en de Gentenaar F.A. Snellaert, hoe de Gentse en de Antwerpse groeipolen van de beweging werkten en samenwerkten aan de emancipatie.
Wilt u één van deze mooie uitgaves bestellen, dan kan dat door een E-bericht te sturen naar Jan Meulemans of Michel Backaert. De prijs bedraagt 7 € + verzendingskosten voor deel 1 en deel 3, deel 2, de "Inventaris culturele en wetenschappelijke instituten van Vlaanderen en Nederland in het buitenland", kost slechts 5 €.
Schrijft u zich in als lid bij onze vereniging dan mag u gratis 2 uit volgende 3 boekjes kiezen:
Tijdens een plechtige zitting op 5 december jongstleden in de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde in Gent, naar aanleiding van het tweede eeuwfeest van dr. F.A. Snellaert (1809-1872), die het initiatief nam van een 1e Algemeen Nederlands Congres in 1849, heeft de voorzitter van het Algemeen-Nederlands Verbond (ANV) vzw in naam van het bestuur van deze vereniging een oproep gericht tot alle belangstellende verenigingen en instellingen om samen te werken aan een 42ste Algemeen-Nederlands Congres in 2014.
Het volledig persbericht vindt u hier
Op zaterdag 5 december werd er een academische huldezitting gehouden ter ere van F. Snellaert gehouden. Deze bijeenkomst ging door te Gent.
De tekst, voorgedragen op deze huldezitting door huidig ANV-voorzitter Marc Cels, vindt u onder de rubriek teksten.
Hierbij enkele foto's genomen op de huldezitting. Het mooie gebouw is de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letterkunde te Gent(KANTL). De dame te zien op enkele foto's is prof. dr. Martine De Clercq, voorzitter van de KZM. De heren op de andere foto's zijn Willy Cobaut, Yvo Peeters, Hugo Rau en Erik Verstraete.