anv logoANV INTERNATIONALE VERENIGING VOOR DE NEDERLANDSE TAAL EN CULTUUR


Verslag marketing- en taalsymposium ”Taalzaken en zakentaal”

met aandacht voor Zuidelijk Afrika en de relatie tussen Nederlands en Afrikaans

dinsdag 25 mei 2010, 13u30 - 18u30, VU Amsterdam

Afrikaans en Nederlands, het economisch belang van taal

Marius van Boven,
projectleider symposium

f1

Symposiumorganisator Marius van Boven (links) met spreker prof. Leon de Stadler

Achtergrond

Afrikaans kan zich op een warme belangstelling in de Lage Landen verheugen. Het kan bijna niet anders, of dit heeft veel, zo niet alles, met de nauwe verwantschap tussen Afrikaans en Nederlands te maken. Om die reden ziet men hier graag de positie van het Afrikaans veiliggesteld. Een probleem daarbij is natuurlijk het beladen verleden van de apartheid. Mogelijkheden aftastend hierin een politiek minder gevoelige uitweg te vinden en om tevens een groter publiek aan te spreken, leek het ons verreweg het beste, het economisch belang van het Afrikaans te benadrukken. Rond dit thema organiseerde de ANV-werkgroep De Nederlanden in de Wereld 25 mei 2010 het symposium “Taalzaken en zakentaal” met de vraagstelling: “Zou de nauwe verwantschap tussen Afrikaans en Nederlands extra kansen op elkaars markten kunnen bieden?”

f2

Ella du Toit, manager Sanec, die Marius van Boven enthousiast assisteerde bij de organisatie van het symposium


Hoe belangrijk 'taal' is, blijkt wel uit het feit dat Nederland door de onvoldoende talenkennis per jaar een slordige 12 miljard aan orders uit Duitsland en Frankrijk misloopt. Al aan de vooravond van ons symposium in 2007 stelde de Vlaming prof. dr. ir. Pierre François, marketeer aan de KU Leuven, dat, wat de communicatie tussen ondernemers onderling betreft, de Nederlandse manier van zakendoen lijkt op de harde Amerikaanse. De marketeers van het Finse Nokia beschouwen Nederland in de communicatie tussen bedrijf en klant daarentegen als het meest zuidelijk gelegen Scandinavische land. Opmerkelijk is ook dat Audi’s slogan, “Vorsprung durch Technik”, in België, het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Australië onvertaald in het Duits wordt toegepast, terwijl in Nederland, Frankrijk, Italië en Spanje in de landstaal vertaalde varianten worden gebruikt. Anders dan je zou denken, is deze Duitse slogan in de jaren 80 in Engeland bedacht om te onderstrepen, dat Audi niet van Nederlandse origine was, zoals de Britse consument destijds meende, maar een in Duitsland vervaardigd kwaliteitsproduct. De slogan was zo’n succes dat deze door Audi’s hoofdkantoor is overgenomen en tot op de dag van vandaag vertaald en onvertaald wereldwijd wordt toegepast.

Professor Ruud Frambach

f4

Prof. R. Frambach aan tafel

Aan de hand van diverse voorbeelden liet professor Ruud Frambach, econoom met marketing als specialisme aan de VU Amsterdam, zien welke rol 'taal', of de keuze voor een bepaalde taal, speelt in de communicatie tussen bedrijf en klant aan de ene kant en ondernemers onderling aan de andere kant. Op de etiketten van sommige Kaapse wijnen en in de reclames van Knorr en de Zuid-Afrikaanse “Plakkies” slippers wordt gebruik gemaakt van de warme gevoelens die het Afrikaans hier kennelijk oproept. Een soortgelijk psychologisch effect speelt een rol in die gevallen waar de orders uit Duitsland en Frankrijk niet doorgingen, terwijl het Engels nog uitkomst had kunnen bieden. Waarschijnlijk had men hier toch behoefte aan vertrouwdheid. In dit verband stelt een ondernemer uit de Lage Landen, dat het gebruik van Afrikaans in plaats van Engels met een Zuid-Afrikaanse zakelijke partner het verschil tussen doorgaan en niet doorgaan van een gezamenlijk project kan uitmaken.

Professor Leon de Stadler

f3

Prof. L. de Stadler en E. du Toit

Professor Leon de Stadler, taalkundige met bedrijfscommunicatie als specialisme aan de universiteit van Stellenbosch, was de volgende spreker. Het kwam de kwaliteit van het symposium alleen maar ten goede, dat de wetenschappelijke achtergrond van beide professoren behoorlijk verschilt. Maar het was juist interessant te zien, hoe het betoog van de een naadloos op dat van de ander aansloot.

Afrikaanstaligen blijken nog altijd de groep met de grootste koopkracht. Daarom is het niet onredelijk wanneer een Afrikaanstalige verlangt, in zijn eigen taal aangesproken te worden, als je zijn geld wilt ontvangen. Verder kwam naar voren, hoe groot, naast beeld, de zeggingskracht van het Afrikaans in reclame-uitingen is. Een probleem blijven echter de kosten. Een website in alle elf officiële talen is te duur en alleen Engels en Afrikaans gebruiken wordt verkeerd uitgelegd. Daarom kiest men maar voor het Engels als enige taal. Iets dergelijks zie je ook bij het “kykNET” dat zich speciaal op de Afrikaanstalige televisiekijker richt. Om te kunnen overleven, is het voor 80% afhankelijk van inkomsten uit Engelstalige reclames. Het Afrikaans blijft hierdoor onder druk staan.

Rudy Vanschoonbeek

Aan de hand van statistieken over de gelezen genres en cijfermateriaal over ondermeer de verkoopkanalen en het bestedingspatroon, nam de Antwerpse uitgever Rudy Vanschoonbeek ons in zijn uiteenzetting mee naar de Zuid-Afrikaanse, Vlaamse en Nederlandse boekenmarkten en toonde overeenkomsten en verschillen. Naast de genoemde communicatie tussen bedrijf en klant en ondernemers onderling is een derde aspect, namelijk dat Afrikaanstaligen en Nederlandstaligen elkaars talen net zo gemakkelijk als Engelse en Duitse teksten kunnen lezen, relatief onbekend. Elkaars schrijvers en dichters worden gelezen, maar meestal in vertaling, of met een vertaling erbij. Er zouden daarom meer boeken in het Nederlands in Zuidelijk Afrika en in het Afrikaans in de Lage Landen verspreid kunnen worden. Vanschoonbeek brengt dit bij de brancheverenigingen van de uitgevers in betrokken landen onder de aandacht, en kijkt hoe de distributie op deze en gene markten het beste kan plaatsvinden.

Fagri Semaar en Charl Hirschmann

Ingeleid door Willemijn Jumelet toonden Fagri Semaar en vervolgens Charl Hirschmann bij uitstek een praktijkvoorbeeld van hoe de verwantschap tussen Afrikaans en Nederlands verzilverd kan worden. Fagri Semaar is een overheidsfunctionaris in dienst van de provincie Westkaap. Hij besprak cultuur, mentaliteit en opleidingsniveau van de bevolking in Kaapstad en het Westkaapse achterland en hoe die aansloten bij die van de Nederlanders. Mede door de van overheidswege verstrekte faciliteiten is deze regio aantrekkelijk voor investeerders; zeker als ze uit de Lage Landen komen. Een interessant gegeven is, dat de Westkaapse overheid het initiatief van harte ondersteunt om Afrikaanstaligen Nederlands te leren voor een baan in een call centre waarmee vanuit Kaapstad de Nederlandse markt wordt bediend. Aansluitend vertelde Charl Hirschmann, docent Nederlands, hoe de door hem opgeleide mensen eenzelfde kwaliteitsniveau weten te handhaven tegen 30% lagere kosten voor de Nederlandse opdrachtgever. Voor de cursisten betekent dit het verschil tussen werk en geen werk.

Christo van der Rheede

Christo van der Rheede, directeur van de Stigting veur Bemagtiging deur Afrikaans, rondde het symposium af door ons iets te vertellen over zijn plannen voor een Afrikaanstalige universiteit volgens een formule die lijkt op die van de Nederlandse Open Universiteit. Deze gratis vrije universiteit is bedoeld om arme Afrikaanstaligen, met name blanken en kleurlingen, niet buiten wal en schip te laten vallen. Om de kosten zo laag mogelijk te houden zal veelvuldig gebruik gemaakt worden van de moderne communicatietechnologie. Op het congres 3 dagen later zou blijken, dat onderwijs in de moedertaal van eminent belang is om analfabetisme tegen te gaan. En voor een succesvolle economische ontwikkeling is het een conditio sine qua non dat de bevolking goed is opgeleid. Door de recente geschiedenis scoort het onderwijs in Zuid-Afrika nu zelfs slechter dan in buurlanden als Mozambique en is het jaarlijks aantal afgeleverde monteurs schrikbarend gezakt tot slechts een tiende van weleer. Tijdens dat congres stelde prof. dr. Kwesi Kwaa Prah, directeur van het Centre for Advanced Studies of African Society, dat de 9 overige officiële talen in Zuid-Afrika naast het Afrikaans en Engels, slechts varianten van 2 talen zijn, net als de vele overige Afrikaanse talen elders op het continent slechts varianten van een zeer beperkt aantal hoofdtalen zijn.

In de wandelgangen wees Van der Rheede op de verantwoordelijkheid die Nederland ten opzichte van Zuid-Afrika heeft. De Lage Landen hebben een grote invloed gehad op de ontwikkeling van Zuidelijk Afrika tot 1994. Vanuit de Lage Landen is ook invloed uitgeoefend op de wijze waarop Zuid-Afrika zich na 1994 heeft ontwikkeld. Dit heeft er mede toe geleid, dat er een groeiende groep van inmiddels meer dan 400.000 blanken is ontstaan die beneden het bestaansminimum leeft. Is 60% van de blanken Afrikaanstalig en 40% Engelstalig; het percentage Afrikaanstaligen in deze groep zal nog hoger liggen, omdat juist Afrikaanstaligen overheidsfuncties bekleedden. In deze categorie hebben velen hun baan verloren vanwege de voorkeursbehandeling van zwarten. President Zuma lijkt oog voor die situatie te hebben gekregen en onderkent dat er inmiddels ook arme blanke(Afrikaanstalige)n zijn. De lans die voor het Afrikaans wordt gebroken, is geen exclusief wit pleidooi. Ook uit niet-blanke hoek is te vernemen, dat het Afrikaans als taal niet schuldig aan de apartheid is en van dit stigma ontdaan moet worden.

In ons midden was ook een Zuid-Afrikaanse actrice die het stuk “Nannies only” mee heeft vormgegeven, waarin de complexe situatie tussen blank en zwart in Zuid-Afrika uit de doeken wordt gedaan. Verder waren we blij met de aanwezigheid van een Engelstalige Zuid-Afrikaanse, die als international business coach tot in Japan toe deskundigheid heeft ontwikkeld op het gebied van de van land tot land zeer verschillende zakenculturen. Haar kritische vragen en opmerkingen vormden een welkome aanvulling. Alles bij elkaar leidde dit, mede gezien de vele positieve reacties, tot een schitterend uitgebalanceerd symposium dat om een vervolg vraagt.

Conclusies

Noten